Geschatte leestijd: 14 minuten
Auteur: Mieke Loor
De wekker gaat. Je sluimert nog even. Tien minuten, meer heb je niet nodig. Geen rust, geen dromen. Alleen die ene vraag: hoe lang houd ik dit nog vol.
Je staat op, ontbijt, rijdt naar je werk. In de auto lachen de DJ’s. Nog geen acht uur ’s ochtends en jij denkt: ik ben onderweg mezelf kwijtgeraakt. Je kan het niet eens goed uitleggen. Er is niks groots gebeurd. Gewoon dit.
Je hebt van alles geprobeerd. Een weekje weg. Vroeger naar bed. Meer bewegen. En even leek het beter. Tot je maandag weer opstond. Dan flitst het door je hoofd: ziek melden. Ontslag nemen. Je weet zelf ook wel dat dit het niet oplost. Maar doorgaan voelt als tegen een muur lopen. Stoppen voelt als opgeven. Dus blijf je hangen. Precies in het midden.
Vastlopen heeft zelden één oorzaak. En daarmee ook zelden één oplossing. Wat ik wel weet: het gaat zelden vanzelf over. Dus waar begint het dan?
Ik ben Mieke
Therapeut en mens met een eigen verhaal. Ik begeleid mensen die vastlopen in hun werk of privé. Soms allebei. Dit is waar het begint. Met deze pagina. Met dit moment. Met die eerste stap.
- Vastlopen op je werk, thuis, of allebei tegelijk
- Je lichaam geeft al tijden signalen dat je vastloopt
- Wat het je kost als je de signalen blijft negeren
- Therapie, de vinger op de zere plek
- Balanceren tussen werk en privé. Of toch iets anders?
- Een burn-out. En wat daarna komt.
- Een bore-out. De uitputting die niemand ziet.
- Zet nu die volgende stap uit het vastlopen
Vastlopen op je werk, thuis, of allebei tegelijk
Vastlopen is geen diagnose. Het staat niet in een boekje en je huisarts geeft er geen naam aan. Het is dat gevoel dat je al een tijdje meesleept. Op je werk doe je wat je moet doen, maar de energie is op voor de dag begint. Voor de eerste koffiepauze denk je: hoe lang houd ik dit nog vol? Je maakt je klusjes af. Je kijkt vaker of het al 5 uur is. Je weet, je baan is niet zo slecht, maar waarom voel ik me dan zo gevangen? Dat plezier, die drive, dat gevoel is helemaal weg, en je hebt geen idee waarom.
Maar het kan ook thuis beginnen. Een relatie die niet meer lekker loopt. Een rol als ouder die alles van je vraagt. Het gevoel dat jij altijd degene bent die zorgt, regelt en oplost. Terwijl niemand vraagt hoe het met jóu gaat. Je komt thuis en wil even niks. Maar even niks bestaat niet. Er is altijd wel iets. En dus geef je. Terwijl de tank allang leeg is.
En dan gebeurt er iets wat de meeste mensen niet zien aankomen. Het beïnvloedt elkaar. Wat op je werk vreet, neem je mee naar huis. Wat thuis wringt, sleep je mee naar je werk. Ze versterken elkaar. De ene dag ben je geïrriteerd op je werk omdat je thuis niet hebt kunnen opladen. De volgende dag kom je thuis met een hoofd vol werk en ben je er voor niemand. Zo draait het rond. Totdat je er letterlijk doodmoe van wordt.
Een auto zonder motorolie draait ook nog even door. Eerst branden er lampjes op je dashboard, dan komt er rook onder de motorkap vandaan. En als je dat te lang negeert, dan loopt hij vast. Niet stilletjes, maar met een harde knal.

Je lichaam geeft al tijden signalen dat je vastloopt
Herken je het verhaal van die dashboardlampjes? Je lichaam doet precies hetzelfde. Je komt niet met een klap tot stilstand. Het begint met je schouders. Die staan al weken strak, maar je denkt: dat is de werkhouding, dat is de stress, dat trekt wel bij. Dan je rug. Een zeurende pijn die er de hele dag is. Daardoor slaap je slechter. Eerst door de pijn en het draaien. Dan door de gedachten die ’s nachts beginnen als alles stil is. Je kan de slaap niet meer pakken. Je ligt naar het plafond te staren en denkt: wat is er met me aan de hand.
En als de wekker gaat, voelt het alsof je door een trein overreden bent. Een paar bakken koffie later gaat het wel weer. Tot een uur of drie. Dan komt die dip. Het liefst wil je naar huis, op de bank, je ogen even sluiten. Even maar, even bijtanken. Dus doe je wat velen doen. Je duwt je vermoeidheid weg. Met koekjes, met koffie, stukje chocolade, nog meer koffie. Alles om dat gevoel maar te kunnen negeren
Misschien wil je het wel zeggen, maar je houdt het voor je. Tegen je partner, je leidinggevende, een collega. Maar hoe begin je daaraan. Want wat zeg je precies? Je kan het zelf niet eens verwoorden. En het is niet één ding. Het is alles tegelijk. En een klein stemmetje fluistert: nog twee dagen, dan is het weekend. Nog een paar weken, dan is dat project klaar. Nog een paar maanden, dan heb ik vakantie. Dan gaat het vast beter.
Maar dat stemmetje liegt. Want negeren lost niks op. De signalen worden alleen maar sterker.
🩺 Nog even dit:
Herken je jezelf in de signalen hierboven? Laat het eerst checken bij je huisarts. Soms zit er een lichamelijke oorzaak onder. En als die uitgesloten is, weet je dat het ergens anders zit. Dan ben je bij mij op de goede plek.
Wat het je kost als je de signalen blijft negeren
Je denkt dat je het oplost. Je trekt je even terug, want je hebt gewoon ruimte nodig. Je koopt iets voor jezelf, want je hebt het verdiend. Je plant een weekendje weg, want dan laad je op. En even werkt het. Even is er afleiding. Maar als de maandag begint, is het probleem er nog steeds. Je hebt het alleen een weekend lang niet aangekeken.
Dat is compenseren. En compenseren is duur. Niet alleen in geld of tijd. Het kost energie die je niet hebt. Het kost aandacht die thuis ook nodig is. En het kost je iets wat je niet terugkrijgt: de mensen om je heen die merken dat je er niet echt bij bent. Je partner. Je kinderen. Je collega’s. Ze zien het. Ze zeggen het misschien niet. Maar ze voelen het wel.
Want het werkt ook andersom. Wat er thuis speelt, neemt je mee naar je werk. Een zieke ouder. Een relatie die kapot gaat. Zorgen om geld, om je kinderen, om wat er allemaal op je afkomt. Je zit op je werk maar je hoofd is ergens anders. Je bent kapot voor je begint. Niet omdat je werk zo zwaar is. Maar omdat je al leeg bent voordat de dag is begonnen.
En dan komt het vluchtgedrag. Ziekmelden terwijl je niet ziek bent. Of toch wel, maar niet op de manier die hoort. Want hoe vertel je dat je thuis vastloopt en het op je werk niet meer opbrengt? Dat vertel je niet, uit angst voor eventuele gevolgen. Dus meld je je ziek. En lig je thuis. Met dezelfde gedachten. Alleen nu zonder de afleiding van het werk.
Negeren lost niks op. Compenseren ook niet. Het enige wat wél helpt, is iemand die ziet wat jij zelf al een tijdje niet meer ziet. Zonder oordeel.
Therapie, de vinger op de zere plek
Geen lange vragenlijsten. Geen formulieren. Geen sessie waar je je hele verhaal vertelt en daarna naar huis gaat met een folder. Bij mij ga je meteen aan de slag. Vanaf het eerste gesprek.
Ik heb een gave die niet iedereen heeft en die ook niet iedereen waardeert. Ik zie snel waar het zit. Niet wat je zegt, maar wat eronder zit. Wat je al jaren met je meedraagt zonder dat je het zelf doorhebt.
Wat je nu voelt, is zelden begonnen op je werk. Of in je huidige relatie. Het heeft een oorsprong. Soms ver terug. Een moeder die zei dat je lui was. Een vader die nooit tevreden was. Een thuis waar je jezelf klein moest maken om veilig te zijn. Je leerde overleven. Je paste je aan. Je werd degene die altijd zijn best deed, altijd klaarstond, nooit nee zei. Want dat was veilig. Dat werd gewaardeerd.
Maar wat je als kind leerde om te overleven, werkt als volwassene tegen je. Je overcompenseert tot je erbij neervalt. Je zegt ja terwijl je nee bedoelt. Je draagt andermans problemen terwijl je zelf nauwelijks overeind staat. Je herkent patronen uit je gezin terug in je relatie, op je werk, in hoe je reageert als het spannend wordt. Niet omdat je het wil. Maar omdat het zo ingesleten is dat het voelt als wie je bent.
Het zijn geen karakterfouten. Het zijn oude strategieën die hun houdbaarheidsdatum allang voorbij zijn. En ik benoem het. Direct, zonder omwegen. Soms is dat confronterend. Vaak is het precies wat je nodig hebt om te horen.
Maar dan begint het pas. Want ik los het niet voor je op, ik heb geen toverstaf. Ik loop met je mee, maar ik vraag van jou wel dat je zelf aan de slag gaat. Tussen de sessies door. In je eigen leven. Omdat een gesprek van 90 minuten niks oplost als je daarna precies hetzelfde blijft doen.
Dit is geen snelle fix. Het is het begin van iets wat echt verandert.
Vastlopen heeft veel gezichten
Je hoeft niet persé een burn-out te hebben. Dat wat je voelt hoeft geen naam of diagnose te hebben. Je leest dit waarschijnlijk omdat je vastloopt. Op je werk, privé, of misschien wel beide. Je hebt je vast en zeker al suf gepiekerd waar dit gevoel vandaan komt. Waarom je geen plezier meer hebt. Dat gevoel dat er iets mist. Dat je steeds weer in dezelfde valkuil stapt.
Er is niks mis met jou. Maar er is wel iets wat aandacht vraagt. Al een tijdje.
Wat ik het vaakst zie: je wacht te lang. Maanden. Soms jaren. Omdat het vast wel overgaat. Omdat jij niet degene bent die zomaar hulp zoekt. Ondertussen wordt het niet beter. Op je werk ben je er niet echt meer bij. Je relatie wordt stiller. Je kinderen merken dat je niet meer vrolijk bent. Je ziet het gebeuren en je weet het zelf ook wel. Maar je blijft wachten.
Dat wachten kost je meer dan je denkt.
Herken je jezelf in één van de onderwerpen hieronder? Dan ben je op de goede plek. En dit is het moment.
Balanceren tussen werk en privé. Of toch iets anders?
Je wilt het gewoon goed doen. Op je werk én thuis, maar voor je het weet sta je in een spagaat. Nee zeggen heb je nooit geleerd. Afspraak is afspraak. Dus blijf je doorgaan terwijl je eigenlijk al doodop bent. Je wil immers niemand teleurstellen. Anders ben jij degene die faalt.
Dat gevoel van constant op scherp staan komt zelden van je werk. Het zit veel dieper. In een overtuiging die zegt dat je niet goed genoeg bent als je even niets doet. In een angst voor het oordeel van anderen.
Werk en privé scheiden lukt niet met een betere planning. En een weekje vakantie lost het ook niet op. Maar wat dan wél? Dat lees je in balanceren tussen werk en privé.
Een burn-out. En wat daarna komt.
Je dacht dat het jou niet zou overkomen. Jij dacht dat nog even doorgaan, niet klagen en een tandje bijzetten de oplossing zou zijn. Tot je op een ochtend wakker wordt en denkt: Ik trek dit niet mee. Niet moe van een weekje werk, maar alsof je batterij in de ochtend maar op 2% staat.
Je hebt de signalen genegeerd. Omdat er volgens jou geen ruimte was om te stoppen. Je voelde het al langer in je lichaam. Het slapen wat steeds slechter ging. Je hoofd dat overuren draaide. Je negeerde het. Want er was altijd wel iets wat eerst moest. Tot je lichaam een grens trok.
Een burn-out is zelden een verrassing achteraf. Je voelde het al aankomen. Maar weten is niet hetzelfde als stoppen. En stoppen voelde als falen. Dus ging je door. Tot het niet meer ging. In mijn blog Burn-out: je bent niet zwak, je bent te lang sterk geweest, lees je hoe dit ontstaat.
Dan kom je thuis te zitten. De wereld draait door. Jij niet. En ergens verwacht iedereen, inclusief jezelf, dat je nu aan je herstel werkt. Een plan maakt. Stappen zet. Maar het eerste wat je moet doen is precies het tegenovergestelde van wat je gewend bent. Stoppen. Niet analyseren. Niet verbeteren. Gewoon stoppen met het gedrag dat je hier heeft gebracht.
Herstellen van een burn-out betekent niet terugkeren naar wie je was. Je wordt gevoeliger. Eerlijker. Je merkt sneller wanneer iets te veel is. Je zegt sneller nee. Niet omdat je minder aankan, maar omdat je eindelijk weet wat het kost als je dat niet doet. Dat is geen verlies. Dat is de winst. Nieuwsgierig hoe dat werkt? Lees Herstellen na een burn-out: hoe je leven verandert.
Een bore-out. De uitputting die niemand ziet.
Je hebt het niet te druk. Dat is juist het probleem. Je kijkt op de klok en het is pas halfelf. Je hebt alles al gedaan wat er te doen was. In tien minuten. De rest van de dag vul je op met koffie, scrollen en doen alsof je bezig bent. En intussen zeg je tegen iedereen dat je het druk hebt.
Een bore-out voelt niet als een overbelasting. Eerst voelt het als een rustige periode. Dan worden weken maanden. En ergens onderweg raak je jezelf kwijt. Niet door te veel, maar door te weinig. Te weinig uitdaging. Te weinig betekenis. Te weinig het gevoel dat jij ertoe doet. En dat werkt door in je privé leven. Want kom je ’s avonds thuis, dan word je niet ineens actief.
Het verraderlijke is dat je het niet durft te zeggen. Want wie klaagt er nou over een rustige baan? Dus hou je je mond. En ga je door terwijl je langzaam vastloopt.
Zet nu die volgende stap uit het vastlopen
Vastlopen voelt voor iedereen anders. De één loopt leeg van te veel druk. De ander van te weinig uitdaging. Weer een ander twijfelt aan zichzelf terwijl dat niet nodig is. Of je loopt vast op je werk, thuis, of allebei tegelijk. De oorzaak verschilt. Het gevoel niet.
Wat ik het vaakst zie: er zit iets onder. Een patroon dat zich blijft herhalen. Een overtuiging die je al jaren met je meedraagt zonder dat je het doorhebt. Iets wat ooit zijn nut had, maar nu tegen je werkt. Er is niets mis met je. Je bent niet zwak. Je loopt al te lang over dezelfde rotonde zonder dat je weet welke afslag je zult nemen.
Want dat is wat vastlopen zo taai maakt. Je kunt het niet van binnenuit zien als je er middenin zit. Je kunt blijven analyseren, blijven proberen, blijven hopen dat het beter wordt. Maar het gaat niet vanzelf over. Dat weet je zelf ook wel.
Het vraagt moed om die stap te zetten. Maar je hoeft hem niet alleen te zetten. Vraag hier een gratis kennismakingsgesprek aan voor die eerste stap, en ontdek hoe jij weer gaat geloven in Jouw Eigen Veerkracht.
Liefs, Mieke
Ik ben Mieke
Ik begeleid mensen die vastlopen. In hun werk, thuis, of allebei tegelijk. Die al maanden rondlopen met een gevoel dat ze niet kunnen benoemen. Die weten dat doorgaan geen optie meer is. Ik ga naast je zitten, en ik kijk met je mee naar wat er echt zit. Stap voor stap, op jouw tempo.
📍 Ik werk vanuit mijn praktijk in Valkenswaard, maar veel mensen komen gewoon uit Eindhoven. Het is maar een kwartiertje rijden, dus zet die stap gerust, je bent er zo.

